![]() |
|
| home Evernementen Per trein of auto |
De Grote Markt In de
ontvangstzaal staan in toonkasten eigenaardige trofeeën uitgestald: twee
koppen en twee vuisten uit koper. Wie in de 16de en 17de eeuw een
magistraat beledigde, werd bij vonnis verplicht een kop of vuist te
laten gieten en die bij wijze van openbare verontschuldiging tentoon te
stellen. Een stilleven (1623) trekt de aandacht in de trouwzaal. De gids
weet ons te vertellen dat het schilderij het werk is van Robert Vynck,
zoon van de toenmalige conciërge. De (versleten) lederen bekleding van
de stoelen en het 17de-eeuws fraaie eikenhouten meubilair zijn
authentiek. De stedelingen konden het weelderige interieur en dito
façade van het stadhuis en van het Landshuis financieren dankzij de
inkomsten uit de bloeiende lakenindustrie. Met het fijnbewerkte
Corduaanse leer en het vergulde Mechelse kalfsleer waarmee de muren
bekleed zijn, het blauwe Utrechtse fluweel in de schepenzaal en het
houtsnijwerk bevestigden de vroede vaderen de burgers dat het hun stad
voor de wind ging. Naast het stadhuis vormt het Landshuis uit blauwe
Arquennessteen een mooi contrast met zijn buur, zowel wat de kleur als
de stijl betreft. Het gebouw werd tussen 1613 en 1621 gebouwd in een
perfect symmetrisch uitgewerkte, Italiaanse renaissancestijl. Nadat het
gebouw eerst fungeerde als zetel van de oude kasselrij van
Veurne-Ambacht en daarna als rechtbank, huisvest het vandaag de Dienst
voor Toerisme van Veurne. In de nissen aan weerszijden van het
balkonvenster prijkten vroeger de beelden van de aartshertogen Albert en
Isabella. Toen ze tijdens de Franse Revolutie werden vernield, verving
men hen door beelden die de Waarheid en de Gerechtigheid voorstellen,
symbolen die verwijzen naar de toenmalige functie van het Landshuis. Op
de eerste verdieping werd voor de bouw van de Stenen Zaal, zoals de naam
aangeeft, bijna alleen steen gebruikt: de vloer geplaveid in
dambordpatroon, de deuromlijsting, de arcaden en de schoorsteenmantel.
In de oude kapel, helaas niet dikwijls voor het publiek geopend, hangen
enkele mooie kunstwerken, waaronder “la Dame de Veurne” van Paul Delvaux.
Delvaux schonk dit werk aan de stad, waarvan hij ereburger was. Rechts van het stadhuis en de Dienst voor Toerisme staan vijf oude huizen met puntgevel die niet weg te denken zijn uit het Veurnse stadsbeeld. Op de benedenverdieping verwelkomen café-restaurants de talrijke eendagstoeristen. Om hun klanten tegen regen en wind te beschermen, hebben de uitbaters hun terras met een plastiek luifel overtrokken. Misschien niet de meest esthetische oplossing maar wel een aangenaam plekje om beschut de Grote Markt en de fontein in het midden te overschouwen. De vijf puntgevels, mooie exemplaren van Vlaamse renaissance uit 1609, werden opgetrokken in plaatselijke steen in opdracht van de rijke kastelenij van Veurne. Een tabernakelvenster, mooi afgewerkt met een schelpvulling, siert de geveltop van elk huis. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden vier van de huizen verwoest. Later werden ze door architect van Elslande in hun oorspronkelijke staat hersteld. De westelijke zijde van de markt wordt gedomineerd door een vierkant bouwwerk met militair uitzicht: het Spaans Paviljoen. In 17de eeuw was in Veurne een Spaans garnizoen ondergebracht wat de stad de bijnaam “Spaans Veurne” opleverde. Als stadhuis was het gebouw snel te klein. Na enkele veranderingen werd het achtereenvolgens residentie, herberg en kazerne voor de Spaanse officieren. In 1940 liep het Spaanse Paviljoen zware beschadigingen op. Na de nodige restauratiewerken werd het gebouw ingehuldigd als museum.
. Aan de overkant van de straat, op de hoek van de Oostenstraat staat de Oude Vleeshalle uit 1615, die qua bouwtrant aanleunt bij de vijf trapgevelhuizen van de Grote Markt. De gevel werd in 1895 gerenoveerd en is rijkelijker versierd dan die van de andere gebouwen op het marktplein. In 1861 werd hier het stadstheater ondergebracht. De bombardementen van 1940 spaarden ook dit gebouw niet. Het interieur werd in 1968 volledig vernieuwd en heringericht. Vandaag huisvest de Oude Vleeshalle de openbare stadsbibliotheek. In de “Hoge Wacht”, het hoekhuis op de zuidzijde van de Grote Markt, overnachtten vroeger de nachtwakers. Blikvangers zijn de Dorische zuilen die vijf gewelfde bogen van de stenen veranda ondersteunen. Op dit punt beland botst u letterlijk op tegen de massieve Sint-Niklaaskerk (en op het frietkraam dat haast in het kerkportaal staat). De indrukwekkende toren is een andere blikvanger van Veurne en brengt haar zustertorens van Damme en Lissewege in herinnering. In de kerk hangt het `t Bomtje, een van de beroemdheden van de stad. De klok die in 1379 werd gegoten, is de oudste van het carillon. De onderbouw van de kerk dateert uit de 13de eeuw; de bovenbouw werd in de 14de eeuw toegevoegd. Het interieur geldt als schoolvoorbeeld van gotische hallenkerken in Vlaanderen. Een trap van tweehonderd treden voert u naar de top van de toren waar u een panoramisch zicht heeft over de middeleeuwse stad.
|